Waarom we Mart toch nodig hebben

De populairste sport van deze zomer is Smeets-bashen. In blogs, sociale media en kranten maken Nederlanders grappen over de egotripperij van Mart Smeets tijdens zijn latenightprogramma over de Olympische Spelen.

De vraag is waar zo veel collectieve spotternij vandaan komt. Een duidelijk incident is niet aanwijsbaar, of het moet het onhandige interview zijn met volleybalster Manon Flier. Maar in de sociale media leek de maat al eerder vol. Van zo’n kritisch incident was bijvoorbeeld wel sprake toen Ivo Niehe tegenover Pauw en Witteman even zijn zelftrots niet wist te bedwingen en vervolgens voorwerp werd van nationale scherts.

Het zit hem vermoedelijk niet zozeer in het gedrag van Smeets tijdens deze Spelen. Smeets doet deze zomer wat hij altijd doet. Hij stelt een vraag en haast zich vervolgens om deze te beantwoorden voordat zijn gast hem kan onderbreken. Hij probeert de feiten en gebeurtenissen van de dag te construeren tot zijn eigen verhaal.

Waarschijnlijker is dat we te maken hebben met een viraal verschijnsel waarbij één enkele mening zo veel kleefkracht krijgt dat deze zich razendsnel voortplant door een grote gemeenschap. Voor een mening met kleefkracht zijn twee ingrediënten onmisbaar. Er moet allereerst een vruchtbare bodem zijn. In dit geval: de oerhollandse hoon voor een prominent persoon die zichzelf iets te veel bewondert. Ten tweede is er een simpele gedachte die zich makkelijk laat doorvertellen, uitvergroten of persifleren. In dit geval: deze interviewer vindt zichzelf zo interessant dat hij zijn gasten niet meer ziet staan. Als ik het goed heb was het columnist Nico Dijkshoorn die – alweer jaren geleden – deze gedachte tot geestige pastiches op Mart Smeets verwerkte.

Is de kritiek terecht? Natuurlijk zijn Smeets’ interviews soms ergerniswekkend. We vinden allemaal dat een interviewer er is om de geïnterviewde aan het woord te laten. We willen authentieke personen zien die hun eigen verhaal uit de doeken doen.

Maar hier zit meteen het probleem. Want Smeets weet als geen ander dat hij voor meeslepende verhalen niet bij de sporter moet zijn. De gemiddelde sporter is nu eenmaal geen verhalenverteller. Hoe ongekend de prestaties zijn, in het interview komt zelden meer naar voren dan dat ‘we alles gegeven hebben’ en dat je ‘uiteindelijk wat geluk moet hebben’.

Is dit de schuld van media die alles doen om atleten te verleiden tot uitspraken waar ze later spijt van krijgen? Dat zal gedeeltelijk zo zijn. De mediagetrainde antwoorden moeten de toets van sponsors, collega’s, trainers en publiek kunnen doorstaan. Toch vermoed ik dat het – zeg – vijftig jaar gelden ook niet meeviel om geanimeerde verhalen uit Olympiers te krijgen. Beleefde journalisten moesten het doen met verlegen antwoorden van media-onwennige deelnemers.

Verlegen is tegenwoordig niemand meer. Maar het resultaat is ongeveer hetzelfde. Ongepolijste verhalen van sporters komen bijna niet voor. Hoe aansprekend we zijn of haar prestaties ook vinden, een sporter die langer dan vijf minuten spreekt, betekent zapgevaar.

Media lijken daarom wel uitgekeken op de sporter. Kijk maar naar alle praatprogramma’s in de late avonduren. Daarin wordt veel over sporters gesproken, maar liefst zo weinig mogelijk mét sporters. Aan tafel zitten de witte raven uit de sportwereld, liefst oud-sportcoryfeeën die een verhaal kunnen vertellen en zich weinig (hoeven) aantrekken van belangen van clubs, sponsors of publieke opinie.

Mart Smeets is hierop geen uitzondering. Ook hij laat sporters zo weinig mogelijk aan het woord. Het enige verschil is dat hij ze wel aan tafel uitnodigt. Smeets interviewt niet zozeer, hij spreekt ze toe zoals een ceremoniemeester op een bruiloft het paar toespreekt, terwijl hij het af en toe voor de vorm een paar retorische vragen toewerpt.

Toegegeven, het is wat eenzijdig om elke Olympische dag door de bril van Smeets te bekijken. Toch voorziet Smeets in een behoefte. Ik wil de zeilster leren kennen nadat zij haar overwinning heeft behaald. Ik wil de schermer zien die zojuist een dramatische nederlaag heeft geleden. Daar wil ik verhalen over horen, ondersteund met beelden en vioolmuziek. Heel even hun stemmen horen en hun gelaatstrekken zien is voldoende. Daarna moet Mart het snel weer overnemen.

(Gepubliceerd in verkorte vorm in de Volkskrant, op 11 augustus 2012)

2 gedachtes over “Waarom we Mart toch nodig hebben

  1. Het is de optelsom die mij door de vloeigrens trekt. Alleen een Tour de France gaat nog net, maar een TdF en de Olympische Spelen is echt teveel van ’t ‘goede’. Na 5 minuten ben ik ’t zat en ga ik wat anders kijken, ongeacht welke interessante sporter of bobo aanschuift.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s