Kahneman en het Rijksmuseum

Op  21 augustus was het nieuws daar: het Rijksmuseum was af. Het gebouw dat hele generaties nooit van binnen zagen, was op een haar na voltooid. Het NOS-journaal, dat het al wekenlang moest doen met een brand in een winkelcentrum of de arrestatie van een wildplasser, pakte flink uit met het nieuws. We zagen hoe een vliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog in fragmenten naar binnen werd gebracht.

Ik begon te rekenen. Dat inhuizen van al die spullen zou nog aardig wat tijd in beslag nemen. In een paar dagen doe je niets. Het zou me niets verbazen, besloot ik, als je er drie weken voor nodig hebt.

Maar wacht even, corrigeerde ik mezelf. Dit is het Rijksmuseum. Als je denkt het zal wel lang duren… dan duurt het toch nog langer. En veel langer. Kom, dacht ik bij mezelf, laat ik mijn schatting bijstellen naar drie maanden. In die voorspelling kon het museum eind november de deuren openen.

Later las ik de voorzichtige prognoses: de heropening werd verwacht in april 2013.

Hoe het komt dat ik er zo ver naast zat, kun je lezen in  Ons feilbare denken van nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Kahneman heeft het daarin over het verschijnsel van referentieniveaus. Dat komt ongeveer neer op het volgende. Als je iets moet schatten – hoeveel een koe weegt, hoe veel inwoners Zutphen telt –  word je ongewild beïnvloed als er een bepaalde waarde voorhanden is.

Stel, iemand vraagt je of Ghandi ouder of jonger was dan 114 toen hij stierf, en vervolgens hoe oud je denkt dat hij is geworden. De kans is groot dat je zijn leeftijd hoger schat dan wanneer iemand eerst het getal 35 had gebruikt. Experimenten laten zien dat zelfs volslagen willekeurige getallen deze werking kunnen hebben.

Nu komt het mooiste. Deze referentiewaarden blijven als klittenband aan je kleven. Zelfs als je drommels goed weet dat er niets van het getal klopt, kun je het niet van je afschudden. En dat leidt er weer toe dat je een waarde onvoldoende bijstelt.  Want op de achtergrond blijft de referentiewaarde stiekem toch in je oor fluisteren.

Dat gebeurde mij met het Rijksmuseum: ik kon geen afscheid nemen van de norm dat een gebouw inruimen hoogstens een week of drie duurt. Toen ik dit getal bewust bijstelde, ging ik daarin lang niet ver genoeg. Kahneman heeft een naam voor deze denkmisser: onvoldoende aanpassing (p. 129)

Een bekend gedicht van Judith Herzberg beschrijft een reeks ervaringen die doen denken aan dit verschijnsel. Ik citeer het hieronder, tot slot, volledig:

Liedje

Het duurt altijd langer dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel langer duren dan ik denk
dan duurt het toch nog langer
dan je denkt.

Het is altijd veel duurder dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel veel duurder worden dan ik denk
dan wordt het toch nog duurder
dan je denkt.

Het kost meer moeite dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel veel meer moeite kosten dan ik denk
dan kost het toch meer moeite
dan je denkt.

Het duurt veel korter dan je denkt,
ook als je denkt
het zal wel korter duren dan ik denk
dan duurt het toch
nog korter dan je denkt.

Judith Herzberg

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s