Ben jij een valsspeler? (of speel je alleen maar vals?)

cheatebioticsBen je een visser of ga je regelmatig vissen? Dat is een heel verschil. In het tweede geval hebben we iets gezegd over je bezigheden. In het eerste geval is niets minder dan je identiteit onthuld. Jij bent een Visser. Zelf doe ik wel eens een klus in huis, maar ik zou mezelf geen klusser noemen. (Mijn vrouw zou in lachen uitbarsten)

Je voelt het verschil onmiddellijk. Het contrast wordt nog scherper als we pittigere woorden dan vissen of klussen gebruiken. Zoals liegen bijvoorbeeld. Misschien geef je toe dat je wel eens een leugentje hebt verteld (je kon niet anders). Maar je zult woedend worden als iemand je daarom een leugenaar noemt. Niet voor niets voeden veel ouders hun kinderen op met de les dat doen iets anders is dan zijn. Fransje dóet stout, maar hij ís niet stout.

Bent u een stemmer?

Het verschil is ook in experimenten gemeten. Een identiteitswoord in een tekst komt veel heftiger over dan een werkwoord. En dat niet alleen. Het blijkt bovendien dat een identiteitswoord een opvallend sterk effect op het gedrag kan hebben. Onderzoekers van Stanford University vroegen burgers of ze van plan waren te gaan stemmen. Bij de ene groep gebruikten ze werkwoorden: “gaat u stemmen?” Bij de andere groep refereerden ze met een zelfstandige naamwoord aan de identiteit van deelnemers : “Bent u een stemmer?”

Wat bleek? Van de laatste groep kwamen aanzienlijk meer deelnemers (+10 procent) werkelijk opdagen bij de verkiezingen.

De verklaring is dat we graag positief over onszelf denken. We willen deugdelijk en competent zijn. Stemmen past voor veel mensen bij dat zelfbeeld. Hierdoor geven naamwoorden zoals ‘stemmer’ de activiteit van het stemmen een symbolische lading. Stemmen is niet zomaar iets wat je dóet, het onthult iets over wie je bént. Als je dat besef weet te triggeren, gaan mensen op een draf naar de stembus.

Woorden met identiteitskracht

Hetzelfde mechanisme werkt ook bij gedrag dat we willen vermijden. In een ander experiment moesten deelnemers aan een test deelnemen waarbij ze per vraag een geldbedrag konden verdienen. Het was bij deze test erg gemakkelijk om vals te spelen. Daarover ging het hele experiment. In één variant werd deelnemers vooraf gevraagd ‘niet vals te spelen’. Dat hielp niets: er werd flink gerommeld. Zelfs even vaak als in de situatie waar mensen geen enkele boodschap over vals spelen meekregen. Maar in de variant waarin deelnemers werd gevraagd ‘geen valsspeler’ te zijn, werd helemaal niet gesjoemeld.

Ook hier draait het weer om ons zelfbeeld. We willen het gedrag alleen voor onze rekening nemen als het past bij wie we zijn. Deze uitkomsten zijn in lijn met studies van Dan Ariely naar oneerlijk gedrag. Ook daaruit blijkt dat de meeste mensen niet meer sjoemelen dan hun zelfbeeld toelaat.

Wacht nu even voordat je grijnzend naar je zoontje loopt met de vraag: “Ben jij een afwasser?” Het gaat erom dat je activeert wat mensen echt (niet) willen zijn. Zoek dus woorden met identiteitskracht. Niemand is ten diepste een afwasser, beddenopmaker of fruiteter. Zulke woorden zullen jammerlijk falen. Toch moeten er heel wat praktijken zijn waar identiteitswoorden een verschil kunnen maken. Zie jij mogelijkheden of voorbeelden?

Bronnen:

Motivating voter turnout by invoking the self. C.J. Bryan, G.M. Waltona, T. Rogers and C.S. Dweck When Cheating Would Make You a Cheater. Implicating the Self Prevents Unethical Behavior. C.J. Bryan and G.S. Adams.

Dit blogartikel verscheen eerder op communicatiekragt.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s