Doe eens minder

Er zijn twee soorten probleemoplossers. De eerste soort zoekt naar ideeën in de categorie ‘meer’. Er moet iets bij: meer geld, meer mensen, meer overlegvormen, meer koffiemachines, meer wat dan ook. De tweede zoekt naar ‘minder’. Kunnen we minder overleggen? Kunnen we overbodige schakels weglaten? Kunnen die oude spijkerbroeken niet weg?

We horen allemaal soms tot de tweede soort. Bijvoorbeeld als we goed geslapen hebben en in een avontuurlijke bui zijn.

Maar meestal horen we bij de eerste soort. Onderzoekers van de Universiteit van Virginia lieten zien dat onze hersenen voorgeprogrammeerd zijn om oplossingen in de categorie ‘meer’ te verzinnen. Ze gaven proefpersonen opdrachten om Lego-bouwwerken te stabiliseren. Daarbij konden ze zelf kiezen of ze stenen wilden toevoegen, wegnemen of verplaatsen. Het onderzoek liet een verrassend sterke voorkeur voor ‘toevoegen’ zien. Zelfs als deelnemers geld moesten betalen om extra stenen te gebruiken, kozen ze daar liever voor dan voor oplossingen met mínder stenen.

Het brein volgt nogal dwingende paden. Als we naar oplossingen zoeken, passen we dezelfde regels toe die we altijd toepassen. En de regel ‘meer-is-beter’ blijkt een bijzonder krachtige. Je begint met het idee van een ‘testmaatschappij’. Voor je het weet zijn er vaccinatiepaspoorten, testbewijsapps, QR-codes, EU-regels en kleurcodes. Of we nu nieuwe producten ontwikkelen of een organisatievraagstuk aanpakken, we breiden liever uit dan dat we versimpelen.

Zeker voor overheidsorganisaties is ‘meer’ de brandstof waarop ze draaien. Beleidsideeën leiden tot regelsystemen. Die brengen handhavingsvraagstukken met zich mee en vervolgens handhavingsproblemen. Die worden weer opgelost met meer regels, meer controlemechanismen, meer handhavers en meer technologie. Al die instrumenten brengen vervolgens weer nieuwe problemen met zich mee die we oplossen met meer regels, instrumenten, enzovoort.

We zijn, kortom, diep vertrouwd met uitbreiden. Maar reduceren is vaak verstandiger. Want minder elementen betekent minder complexiteit. Bovendien blijkt uit studies dat beperkingen ons creatiever maken. Wie succesvol wil vernieuwen kan zich dus het beste bekwamen in verwijderen, weglaten en stoppen. Of doe het op zijn minst met wat er al is.

Hoe doe je dat? Om te beginnen: geloof dat het kan. Zet op een rijtje uit welke elementen jouw probleemwereld bestaat. Stel jezelf de vraag: is er een bestaand element dat jouw probleem kan oplossen? Voorbeeld: hoe voorkom je dat verf uitdroogt als je na gebruik een halfvol verfblik opbergt? Een beginnende klusser gaat op zoek naar kit, tape of plastic om te voorkomen dat er lucht door de kieren van het deksel komt. De ervaren klusser houdt het gesloten blik even op de kop. De verf loopt tussen de randen van het deksel, droogt daar op en voorkomt dat er lucht in het blik komt.

Ga vervolgens een stap verder. Vraag je af of je iets belangrijks kunt weglaten. Kunnen we dat op de een of andere manier oplossen? Kunnen andere onderdelen misschien een functie overnemen? Met zulke vragen kom je op verrassende ideeën. Stel je bent een meubelbedrijf en je wilt meer winst maken. In plaats van het marketingteam uit te breiden, vraag je waar je allemaal mee zou kunnen stoppen. Kunnen we de montageafdeling sluiten? Kunnen we ophouden met de bezorgdienst? Waarom schaffen we de winkels niet af? Zulke vragen klinken absurd. Maar op deze manier is IKEA een van de meest succesvolle bedrijven ooit geworden: luxe magazijnen waar klanten meubelpakketten ophalen die ze thuis zelf in elkaar zetten.

Onderzoek het maar eens in je eigen omgeving. Van welke vernieuwingen ben je de laatste tijd blij geworden? Grote kans dat ze een kenmerk van ‘minder’ hebben. Het enige wat je hoeft te doen om zelf zulke ideeën te bedenken, is je eigen brein een beetje ontregelen.

Een eerdere versie van dit blog is als column verschenen op de Leiderschapp.

Kabeljauwvissen: vijf slimme technieken om creativiteit te stimuleren

Het lastige met hardnekkige problemen is dat alle gewone oplossingen al eens zijn bedacht en ontoereikend bevonden. Je zoekt iets nieuws dat écht verschil maakt. En al dat geanalyseer lijkt dat alleen maar te bemoeilijken…

Vaak blijkt een creatieve sprong nodig, een beweging waarbij je ruimte maakt voor ongewone oplossingen. Daarvoor kun je verschillende methoden hanteren. Als vuistregel adviseren Dick Geurts en ik in dit artikel om met bestaande middelen naar nieuwe oplossingen te zoeken. Voor oplossingen heb je trouwens helemaal geen problemen nodig. Ga ook eens op zoek naar een gouden idee zonder dat er iets aan de hand is. Dat noemen we kabeljauwvissen.