De spiegels van Dream school

Met mijn gezin kijk ik naar oude seizoenen van Dream school. In het programma krijgen dropouts  de kans om nog iets van hun leven te maken. Alle deelnemers hebben een spoor van mislukkingen achter zich. Van school gestuurd, drugsproblemen, criminaliteit, bergen van ellende.

Op Dream school proberen de jongeren met hulp van bokslegende Lucia en rector Erik hun gedrag te veranderen. Daarvoor moeten ze geduchte demonen onder ogen komen. Voor de een zijn dat woedeaanvallen, voor de ander verdriet of onzekerheid. Demonen waardoor ze stoppen als het moeilijk wordt. Geen van de leerlingen heeft een opleiding afgemaakt, niemand houdt lang een baan. We gaan er thuis helemaal in op. Als mijn jongste puberdochter treuzelt met de afwas, zet ik de stem van Lucia op en roep: “Waar zit jouw commitment?”

Dream school houdt je drie spiegels voor. De eerste is een behaaglijke spiegel die laat zien dat het bij ons best meevalt. Als ouder van twee pubers tel ik mijn zegeningen als ik de leerlingen bezig zie met hun patroon van opgeven en procrastineren. En als ik teleurgesteld ben in mijn eigen zelfdiscipline, denk ik na een aflevering weer mild over mezelf.

De tweede spiegel is belangrijker. Met deze spiegel herkennen we onszelf in de deelnemers. Iederéén heeft demonen die op beslissende momenten verhinderen dat we het juiste doen. Iedereen heeft dingen meegemaakt die in de weg blijven zitten.

Voor de dreamschoolers zijn er altijd geldige redenen om niet mee te doen. Ze zijn te boos, te ziek of de trein was vertraagd. Het ligt aan anderen en aan toevallige omstandigheden. En ze hebben recht van spreken. De leerlingen werden niet geboren als dropouts. Aan al het verzaken gingen gebeurtenissen vooraf die ze zelf niet hebben gekozen. Als Dream school één ding duidelijk maakt is dat gelijke kansen een illusie zijn. Veel leerlingen dragen een geschiedenis van verwaarlozing, huiselijk geweld, sterfgevallen of incest met zich mee. Die geschiedenis dringt zich vaak op tijdens de lessen. Soms slaan de stoppen door als iemand ze aanspreekt op hun gedrag. Of als ze gewoon een slechte dag hebben.

Dat ene moment

Maar op deze school leer je de les van ‘en toch’. Je hebt niet gekozen wat jou overkomt, maar je kunt wel beslissen wat je ermee doet. Telkens, op de momenten dat de leerlingen zich overgeven aan de gewoontemacht van hun woede en frustratie, laten Lucia en Erik zien dat ze kunnen kiezen.

Elke verandering gaat in de kern over dat ene moment. Het moment tussen doen wat je altijd doet en een ander pad inslaan. Dream school laat zien hoe ongelijk de krachtsverhouding is. Je gewoontes zijn even aantrekkelijk als machtig. Vooral als je ziek bent van frustratie. Het nieuwe gedrag voelt schriel, afstotelijk en in het moment ook onjuist.

Op Dream school leer je dat je op dat ene moment toch kunt kiezen tussen oud en nieuw gedrag. Als het vandaag niet lukt, krijg je morgen weer een kans. “Jij bent niet je boosheid”, zegt Lucia. Ze laat de leerlingen een bord doormidden slaan waarop hun valkuilen staan geschreven.

Je hoeft geen dreamschooler te zijn om door oude gewoonten beheerst te worden. In organisaties  hebben die gewoonten allerlei gedaanten: een nieuw project starten zonder het oude af te maken, eindeloos procestekeningen maken, adviescommissies instellen, je kernwaarden opnieuw formuleren, doorgaan met hetzelfde maar het anders noemen.

Met elke aflevering groeit onze bewondering voor de dropouts. Hoewel we in ons gezin soms hard lachen om hun obstinate onredelijkheid, zien we ze heldendaden verrichten. Dat is de derde spiegel. Als deze leerlingen kunnen afrekenen met demonen van de buitencategorie, dan kunnen wij ook best veranderen. 

Deze column is gepubliceerd op Leiderschapp

Geworpen in je omgeving

ExistentialismeSoms kom ik bij de overheid mensen tegen die moeite hebben met het mensbeeld dat in de gedragswetenschappen naar voren komt. Zeg maar de ‘homo psychologicus’ met al zijn of haar automatismen. Zeker als nieuwe inzichten over gedrag leiden tot twijfels over de effectiviteit van vertrouwde beleids- en toezichtsinstrumenten. Over dat laatste, zinverlies door onbruikbaar gereedschap, ging deel 3 in de serie ‘De kernboodschap en andere illusies’. In deel 4 ging ik op zoek naar mijn eigen mensbeelden.

Snuffelhond

clinton

Gisteren was ik te gast bij de Universiteit Wageningen voor een gastcollege over persuasieve communicatie. Ondanks de volle zaal werd het een interactieve bijeenkomst. Drie algemene communicatiewetten kwamen als extra belangrijk – zeker voor de overheid – uit de discussie.

  1. ‘I feel your pain’. Maak een connectie door gevoelens van de ander te erkennen en te benoemen.
  2. Je boodschap zit voor het grootste gedeelte verstopt tussen de regels. Onderzoek je woorden als een snuffelhond.
  3. Meer communiceren helpt vaak niet. Liever minder. Kun je je ‘persuasieve’ boodschap verwerken in de omgeving?

 

 

Kerstwensen

schreeuwenTwee zinnen van deze Eerste Kerstdag mogen mee het nieuwe jaar in. Allereerst deze uit de kersttoespraak van de koning, waarin hij opsomt waar we allemaal trots op mogen zijn: “En op onze rechtsstaat die beschermt wat weerloos is en voorkomt dat alleen de hardste stemmen worden gehoord.”

De tweede is van Pieter Derks die op nu.nl constateert hoe iedereen zich in 2015 ingroef in het putje van het eigen gelijk: “Misschien een mooi voornemen voor 2016: ga op Google eens zoeken naar bewijs van je eigen óngelijk.”

Je kunt iedereen van alles toewensen, maar een 2016 met minder schreeuwers zou al heel mooi zijn.

 

In dialoog met woedende burgers

woedende burgersVorige week sprak ik in Tilburg op een congres voor wijkprofessionals. Het ging over verschillende typen burgers, dialogen die ontsporen en over hoe je dat laatste voorkomt. Hier vind je de dia’s.

Als afsluiting heb ik, zoals vaker, verwezen naar de Duitse filosoof Gadamer, die op 100-jarige leeftijd overleed en kort daarvoor zijn oeuvre samenvatte in één zin: “Het zou kunnen dat de ander gelijk heeft.”

 

 

 

Waarom het niet opschiet met gedragsveranderingen

energiemeterOp de werkconferentie ‘Energiebesparing: wie doet het licht uit?’ mocht ik een inleiding houden over gedragsverandering en energie besparen. Het ging over huizen isoleren, prijsprikkels voor elektrische auto’s en hoe je buurtbewoners warm krijgt voor zonnepanelen.

Een interessant verschijnsel in de wereld van de energie is het reboundeffect. Je isoleert je huis, ontvangt een zeer fraai energielabel, en aan het eind van het jaar is je energierekening nauwelijks lager dan de jaren ervoor. Teleurstelling. Ontgoocheling. Wat is er gebeurd? Uit onderzoek bleek dat bewoners die hun huis lieten isoleren, vervolgens de thermostaat een tikje hoger zetten of kamers gingen verwarmen die ze tot die tijd onverwarmd lieten. Zo ging het isolatievoordeel grotendeels verloren. Wat de techniek wint, geeft het gedrag weer weg, zo zouden we het kunnen dramatiseren.

Het is een vrij algemeen verschijnsel vermoed ik:

  • Wie lightproducten koopt, gaat er vervolgens meer van eten dan normaal.
  • Wie twee flessen shampoo krijgt voor de prijs van één, doet niet moeilijk over een extra scheut in zijn haar.
  • Wie doneert aan een bomenfonds boekt met een blij gemoed een extra vliegreisje.

Het schijnt zelfs dat supermarkten de groenteafdeling aan het begin van de winkel plaatsen, omdat klanten zich na het kiezen van groente en fruit zo tevreden over zichzelf voelen, dat ze zich vervolgens makkelijker te buiten gaan aan allerlei impulsaankopen.

Tja, zo schiet het nooit op met die gedragsveranderingen…

Hoe voorkom je teleurstellingen bij huisisoleerders? Hoe zorg je dat compensatie beperkt blijft? Bewustzijn van dit verschijnsel zal al iets helpen. Maar waarschijnlijk heb je zeker in het begin veel triggers nodig om koersvast te blijven. Oftewel een mooi vraagstuk voor gedragsveranderaars.

Vrolijk adviseren in 2015

imageproxyboijmansWat leuk om aan het einde van het jaar ook eens in een lijstje te staan. Op de blog communicatiekragt.nl is mijn blog over tips en valkuilen voor de omgang met communicatieadviseurs dit jaar het meest gelezen. Midden in de zomervakantie maakte het blogartikel een storm van reacties los. Sommige negatief: wat jammer dat we onszelf nu weer deze zure spiegel voorhouden! Wat een karikaturaal beeld wordt hier geschetst van de communicatieprofessional.

Verreweg de meeste reacties getuigden echter van een grinnikende instemming: ja, dit gedrag herkennen we! Bij onze collega’s uiteraard…Maar heel soms ook, een beetje, bij onszelf. Reacties waren in het algemeen goedgehumeurd en humorvol.

En dat paste dan – paradoxaal genoeg – weer niet bij het beeld dat ik in het blogartikel schetste.

Juist door deze montere bijval kunnen we vaststellen dat het beeld van de communicatieadviseur als een zwaar-op-de-hand uitgevallen versie van Calimero, een cliché begint te worden. Een cliché is tegelijk waar en onwaar. De oeverloze herhaling van het eens zo kernachtige idee, begint vooral te jeuken doordat de werkelijkheid is veranderd.

Mooie ambitie voor 2015 lijkt me om als vakprofessionals te bewijzen dat het tobberige beeld inderdaad achterhaald raakt. Laten we soms – maar vooral niet al te vaak – praten over de ‘toekomst van het vak’ en ‘waar we nu echt van zijn’. Maar laten we het vak vooral vrolijk en onbezorgd uitoefenen, met veel zin in vernieuwing. De artikelen van Bert Pol en Annick Vanhove, in dezelfde top 3, bieden daarbij waardevolle inspiratie.

Dierbare overtuigingen: waarom je ze (bijna) nooit loslaat

naamloos (2)In Almelo sprak ik deze week met toezichthouders over dierbare overtuigingen. Ik stelde dat sommige overtuigingen je zo veel waard zijn dat geen wild paard je ervan los kan trekken.

Tegen zulke overtuigingen is bijna niets opgewassen. Feiten of argumenten zijn kansloos. Je opvatting voelt simpelweg te goed. Als ik bijvoorbeeld sterk gehecht ben aan de overtuiging dat alle zwanen wit zijn, zal zelfs het zien van tien zwarte zwanen mijn zekerheid geen moment doen wankelen.

Als de feiten niet meer kloppen met je overtuiging, dan hebben de feiten een probleem. Je hoeft alleen je verhaal over de feiten wat aan te passen om je overtuiging veilig te stellen. “Deze zwanen zijn niet zwart, ze zijn op een andere manier wit.” Het gaat vanzelf.

Onze allerdierbaarste overtuigingen laten we nooit los. Hoewel, er zijn uitzonderingen. Tijdens de bijeenkomst in Almelo wees een deelnemer op de Amerikaanse senator Rob Portman die vroeger een felle tegenstander van het homohuwelijk was. Totdat zijn 19-jarige zoon hem vertelde dat hij homo was, “al zo lang hij zich kon herinneren”. Sindsdien is de republikein Portman een actieve pleitbezorger voor het homohuwelijk.

De draai is even begrijpelijk als onwaarschijnlijk. Volharden in je afwijzing van homoseksualiteit kan ertoe leiden dat je je zoon kwijtraakt. Maar toch. Portman zou de eerste niet zijn die liever de banden met zijn familie verbreekt dan met zijn diepste overtuigingen. Soms hebben we liever gelijk dan dat we gelukkig zijn, zou Dr. Phil zeggen.

Maar die weg koos Portman dus niet. Hij ging naar eigen zeggen op zoek naar raad in de Bijbel en raadpleegde geloofsgenoten en collega-politici. Hij kwam tot de conclusie dat “niets in de Bijbel belangrijker is dan de boodschap van liefde en mededogen.” En hij voegde eraan toe dat hij dacht dat het openstellen van het huwelijk voor homo’s “het huwelijk in het algemeen juist sterker zal maken.”

Er zijn dus feiten en gebeurtenissen die je meest geliefde denkbeelden kunnen aantasten. Het enige wat dan nog mogelijk is, is op zoek gaan naar een nieuw verhaal. Een nieuwe jas die even heerlijk zit als de vorige. Eentje die je nooit meer inwisselt.

Overheidscommunicatie: nieuwe vakgroep bij Logeion

Sinds 23 september 2014 bestaat de vakgroep overheidscommunicatie van Logeion waaraan ik als bestuurslid deelneem. Overheidscommunicatie zien we als een aparte discipline. Door de wettelijke basis waarop overheidscommunicatie is gestoeld, door de politieke en bestuurlijke arena en door de interactie overheid en samenleving. Hier vind je meer informatie over de vakgroep.

Thema dat ik graag wil behartigen is de relatie tussen overheidscommunicatie en democratische waarden. Eerder dit jaar verscheen hierover het artikel In dienst van beleid of in dienst van de democratie? van Noelle Aarts en mijzelf.