Boodschappen

Omdat ik gehaast door de supermarkt ga, kom ik vaak thuis zonder de meest elementaire producten op mijn boodschappenlijstje.  Hierdoor is het vrij gewoon dat ik op één zaterdagochtend twee keer de Albert Heijn bezoek.

Deze zaterdag was ik schoonmaakspullen en paracetamol vergeten. Omdat ik mijn handen verder vrij had, besloot ik van beide een behoorlijke voorraad aan te schaffen.

Toen ik wilde betalen weigerde mijn bankpas dienst. “Onbruikbare pas”, meldde het betaalapparaat onverschillig.  “Die mag u wel eens vervangen”,  zei de zestienjarige kassamedewerkster na een kort onderzoek.

Ik besloot het voor mijn pas op te nemen. “Misschien mag u uw paslezer wel eens vervangen”.  Ik keek om me heen alsof ik applaus verwachtte. Het meisje haalde haar schouders op. “Ik zie duidelijk een scheur. En alle hoeken zijn er af.”

Verder zwijgend overhandigde ik mijn laatste bankbiljet. “Nog een fijn weekend”, zei het meisje  terwijl ze me mijn wisselgeld gaf.  Heel even ging haar blik over de afgerekende producten. “Hoewel het er niet naar uitziet dat u een fijn weekend gaat hebben.”

In de ernst ging het mis met het koningslied

oranje willempieHet koningslied moet blijven. Dat is de uitkomst van bijna een week vol discussie, satire en haatberichten. Ineens bleken we een volk van taalrechters en poëziekenners. We vermaakten ons over gemankeerde taalconstructies als ‘ik houd je veilig’ en we spraken onze afschuw uit over ‘de haven in de duisternis’. Uit de kritiek op het lied sprak een grote eensgezindheid. Lees verder

Interne communicatie – kan dat ook positief?

Foto bij interviewIn het magazine IC mocht ik vertellen waarheen volgens mij het vak Interne communicatie zich ontwikkelt.

Mooie gelegenheid om op te merken dat het vak negatief is gedefinieerd. ‘Interne communicatie’  zegt vooral iets over wat het níet is. Namelijk al die externe communicatiebezigheden waar we wél echte namen voor hebben, zoals marketingcommunicatie, persvoorlichting, crisiscommunicatie. Bovendien zal het denken in termen van binnen-buiten steeds meer tegen je gaan werken.

Een eigen positief frame zou mooi zijn, vertelde ik. Waarover zou dat moeten gaan? Een beetje aanstellerig, dat wel, zei ik dat een begrippenpaar van de oude Grieken kon helpen een beweging te schetsen. Het vak ontwikkelt zich volgens mij van poiesis naar praxis. Oftewel: van dingen maken naar interactief handelen.

Je kunt het hele interview hier lezen.

De incompetentie van het management

Een schitterende beoordelingsfout is het Horn-effect. Iemand maakt een ongunstige indruk op een bepaald terrein. Daaruit concludeer je dat hij of zij nérgens iets van bakt.

Dat lot valt makkelijk toe aan managers en bestuurders. Als je één keer negatief opvalt, ben je al snel verantwoordelijk voor alles wat er mis gaat. Lees verder

De schilder

De schilder van de overburen belt aan om mij zijn kaartje te geven. “Misschien heeft u ook wel eens schilderwerk dacht ik bij mezelf.”  Zou ik ook doen als ik schilder was. Dus ik neem het kaartje in ontvangst. Dan begaat hij een Grote Fout. Hij beweegt met zijn vinger langs mijn venster en zegt: “Oei, ik zie al bladders.”

Ik zwijg een seconde of tien, terwijl de schilder naar mijn ogen kijkt en denkt: “Oei. Deze sympathieke meneer voelt zich door mij onder druk gezet. Bovendien heb ik zijn prachtige huis gediskwalificeerd. Dit was de laatste keer dat ik voor mijn baas een verkooppraatje heb gehouden. Ik bid dat deze meneer het mij kan vergeven. ”

Ik blijf hem aankijken terwijl ik deze gedachten van zijn voorhoofd lees. “Het is u voor deze ene keer vergeven,” ziet hij me denken. “En ja, ik bewaar uw kaartje.” Opgelucht steekt hij de straat over.

Schade

Met grote passen loopt de expert van het schadebedrijf op mijn auto af. “Dat is een gemene deuk”, zegt hij, wijzend naar een onregelmatigheid op het portier die mij niet eerder is opgevallen. “De hele plaat moet vervangen. En dan nog afspuiten natuurlijk.” Hij begint iets op te schrijven. “De tegenpartij is aansprakelijk, zei u?” Hij knipoogt. “We schatten het ruim, en dan zien we wel hoe we het fiksen.” Ik kijk verward naar zijn notitieblok en zeg: “De deuk waar ik over belde, zit eigenlijk aan de andere kant.”

Waarom we Mart toch nodig hebben

De populairste sport van deze zomer is Smeets-bashen. In blogs, sociale media en kranten maken Nederlanders grappen over de egotripperij van Mart Smeets tijdens zijn latenightprogramma over de Olympische Spelen.

De vraag is waar zo veel collectieve spotternij vandaan komt. Een duidelijk incident is niet aanwijsbaar, of het moet het onhandige interview zijn met volleybalster Manon Flier. Maar in de sociale media leek de maat al eerder vol. Van zo’n kritisch incident was bijvoorbeeld wel sprake toen Ivo Niehe tegenover Pauw en Witteman even zijn zelftrots niet wist te bedwingen en vervolgens voorwerp werd van nationale scherts.

Lees verder

Vleermuis

In het vakantiepark komen ’s avonds de vleermuizen onder de daken vandaan. De bewoner van het huis naast ons weet net als de meeste mensen twee dingen over vleermuizen. Ten eerste: ze beschikken over een radar waardoor ze feilloos ieder obstakel ontwijken. Ten tweede: hierdoor is het een fabel dat ze in je haar verstrikt kunnen raken. Op een avond neemt het lot een onverwachte wending. Op de parasol, precies boven zijn hoofd, ploft een vleermuis neer. Een paar tellen kijkt het beest over de rand recht in het gezicht van de buurman. Daarna stort het zich bovenop zijn haardos, rukt zich met moeite weer los en verdwijnt ten slotte weer in de nacht. Het duurt even voor de buurman zich herpakt. Dan staat hij op en zegt: “Dat was dus geen vleermuis”.

Videoconferentie: hoe het model werkelijkheid werd

Meteen maar een definitie. Communiceren is een activiteit die zich afspeelt tussen een zender en een ontvanger, die regelmatig van beurt wisselen en zodoende tot een, als het even mee zit, betekenisvolle uitwisseling komen. Althans, zo leer je het als je ervoor kiest communicatie als vak te bestuderen.

In werkelijkheid bestaan er geen zenders en ontvangers. Lees verder

Op de hand naaien

“Je moet die cape op de hand naaien”, sprak een vrouw in de tram vanavond. Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar zo’n uitspraak blijft bij mij urenlang spoken. Misschien herinner ik me het zinnetje over tien jaar nog. Waarom? Geen idee. De meest belangwekkende, persoonlijke, ontroerende uitspraken ben ik soms al na een uur vergeten. Maar de op de hand genaaide cape blijft altijd hangen.

Is het misschien de bijzondere formulering die plakt? De cape wordt niet ‘met de hand’ genaaid, maar ‘op de hand’. Dat is een groot verschil. Onverwachte voorzetsels beschikken over plakkracht. Niemand had het zich herinnerd als Pim Fortuyn zijn toespraak had beëindigd met “Ik heb er zin in.”  Maar doordat hij ‘in’ veranderde in ‘an’ werd de zin onuitwisbaar. Heeft iemand meer voorbeelden van zelfklevende voorzetsels?

Tot slot, om te onderstrepen dat ik me met het meedragen van straatcitaten in goed gezelschap bevind, een fragment van Gerard Reve (met een knipoog naar @willemparel):

“Trouwens, alsof het niet juist de kleine, zo vaak onopgemerkt blijvende en te weinig gewaardeerde dingen in het leven zijn, die dit zijn inhoud geven! Alsof ik het zelf helpen kan, dat ik de herinnering, onuitwisbaar, van bijna negen en twintig jaar geleden met mij meedraag, toen een vrouw, op een woensdagmiddag in oktober, in de portiek van Ploegstraat 109, 111, of 113 -ik vertrouw dat de lezer mij terzake van het exacte huisnummer niet zal bemoeilijken, want men kan toch bezwaarlijk eisen dat ik het in dit weer, met mijn zieke lichaam, ga verifiëren -bij een herfstige, droge atmosfeer en een lauwe, onstuimige wind (opnieuw het ‘weer van alle mensen’), tegen een andere vrouw opmerkte: ‘Veel groente en weinig aardappelen, dat eet voor een man niet zo lekker.'”

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg Naar het Einde