Waarheidspreken voor gevorderden

De kwestie-Omtzigt legt een verlangen bloot naar moedige sprekers die lastige meningen uiten. Ze maken de samenleving democratischer en kunnen rampen voorkomen. Tegelijk gaat de discussie zelden over welke vormen van kritisch spreken we willen koesteren. Dat is een gemis.

Kamerlid Pieter Omtzigt houdt de politiek al maanden in zijn greep. Het begon met breed ontkende plannen (‘functie elders’) om hem op een zijspoor te manoeuvreren. Het liep erop uit dat hij het CDA de rug toekeerde en zijn partijgenoten balanceerkunsten begonnen te vertonen. Ze wilden voluit achter Omtzigt en zijn ideeën staan, zonder per se te voorkomen dat conclusies over zijn mentale gezondheid gingen rondzingen. Hoe subtiel dat balanceren ook gebeurde, niemand die het geloofde. In de laatste peilingen was het CDA nog maar goed voor zes zetels.

De kwestie-Omzigt legt een breder onbehagen bloot. De gedachte dat dappere sprekers met lastige meningen het veld moeten ruimen, raakt een pijnlijke plek die is veroorzaakt door onder andere de coronacrisis en de toeslagenaffaire. Daarin ging het telkens over de vraag wie er mogen spreken en naar wie wordt geluisterd. Zulke vragen domineren het publieke debat aanhoudend. Je kunt nergens komen of je hoort mensen vertellen ‘wat je niet mag zeggen’. Er is onvrede over mediapersoonlijkheden die zonder kennis in talkshows hun opvattingen mogen geven over – zeg – vaccinatiepolitiek. Of omgekeerd, over het alleenrecht van bepaalde deskundigen om over dat vraagstuk te spreken.

Het ongemak gaat dieper dan ergernis over een chagrijnig meningenklimaat. Het besef dringt steeds duidelijker door dat oprecht speken en luisteren onderdeel zijn van de wortels van democratische instituties. Affaires rond politici die informatie verborgen hielden, hebben twijfels over het democratische bestel opgeroepen. Problemen met toeslagen hadden kunnen worden voorkomen als op de juiste momenten de juiste signalen waren gehoord.

In dit tijdsgewricht wordt de waarde van onverzettelijke sprekers als Omtzigt overal gevoeld. Omtzigt is een protagonist in de Griekse traditie van parresia, dat zoiets betekent als ‘ronduit de hele waarheid vertellen’. Het begrip werd in de vorige eeuw bekend door het werk van filosoof en historicus Michel Foucault, die aandacht vroeg voor praktijken van spreken in een democratische staat. Dat is ook in deze tijd uiterst relevant. Over welke waarheid de juiste is, discussiëren we voortdurend: we nemen elkaar de maat over feiten, fake news en over wie zich een expert mag noemen. Veel minder vaak gaat het over welke vormen van spreken nastrevenswaardig zijn.

Dat is een gemis. Het debat is gebaat bij positieve normen voor de manier waarop we over de waarheid twisten. Normen helpen om te beoordelen welke vormen van kritisch spreken we willen cultiveren en beschermen. Het idee van parresia kan hier richting geven. Ik vat het hieronder samen aan de hand van drie criteria: moed, kennis en morele plicht:

Moed. Parresiasten spreken altijd vrijuit, ook als ze daarmee vijanden maken, vrienden kwetsen of hun eigen belangen schaden. Door hun waarheidspreken nemen ze risico’s op bedreiging en isolatie. Of bijvoorbeeld scheldkannonades op Twitter. Hun moed verdient waardering en steun. Mensen die ongemakkelijke meningen geven, gevoelige informatie op tafel leggen en hun baas durven tegenspreken, kunnen tragedies als de toeslagenaffaire voorkomen. Hun gedrag wordt echter in de praktijk bepaald niet aangemoedigd. Managers verkondigen bijvoorbeeld zonder uitzondering dat ze graag tegenspraak willen, maar het is desastreus voor je loopbaan als je het te vaak doet. Organisaties en instituties die zich daarvan bewust zijn, kunnen het veranderen. Ze kunnen er op allerlei manieren voor zorgen dat dwarsdenken en open spreken onderdeel wordt van normale bestuurspraktijken.

Kennis. Voor waarheidsspreken is kennis nodig. Parresiasten verdedigen hun perspectief op basis van gegronde kennis, reflectie en ervaring. Ze valideren bovendien de hele tijd hun eigen aannames. Het is van groot belang om hier hoge eisen te blijven stellen. Dat iemand BN’er of boos is, maakt zijn of haar mening niet automatisch waardevol. Wie een podium krijgt, mag worden bevraagd over bronnen en afwegingen die hebben geleid tot een bepaald standpunt.

Morele plicht. De parresiast is het om de waarheid te doen. De wil om zich uit te spreken ligt puur en alleen in het dienen van de gemeenschappelijke zaak door te zeggen wat moet worden gezegd. Er mogen dus geen onheuse drijfveren meespelen. Dat betekent dat aldoor zelfonderzoek nodig is. Diepere motieven, zoals ijdelheid en ressentiment, kunnen voor onszelf verborgen blijven. Verliefdheid op je eigen gelijk kan ontaarden in tunnelvisies en egomanie. Ik heb het hier nadrukkelijk over zelfonderzoek, omdat het gemakkelijk mis gaat als we ánderen op dit criterium de maat nemen. Ook dat laat de affaire-Omtzigt zien. De verleiding kan groot zijn om vervelende meningen te diskwalificeren door te zeggen dat sprekers paranoïde en emotioneel ontwricht zijn.

Vanuit deze drie criteria is vrijmoedig spreken heel wat anders dan overal ongeremd je tegendraadse mening verkondigen. Je betweterige buurman, je virusontkennende yogalerares en Johan Derksen zijn niet automatisch parresiasten. Ook populistische politici zijn geen waarheidsprekers zolang hun spreken gericht is op het behagen van bepaalde groepen.

Wie zich kwalificeert als waarheidspreker is echter niet het belangrijkste. De criteria stimuleren om ons eigen spreken en dat van anderen te blijven toetsen. En ze helpen om ware parresiasten op het toneel te houden. Want als alleen de allermoedigsten het aandurven, is hun rol zo uitgespeeld.

Doe eens minder

Er zijn twee soorten probleemoplossers. De eerste soort zoekt naar ideeën in de categorie ‘meer’. Er moet iets bij: meer geld, meer mensen, meer overlegvormen, meer koffiemachines, meer wat dan ook. De tweede zoekt naar ‘minder’. Kunnen we minder overleggen? Kunnen we overbodige schakels weglaten? Kunnen die oude spijkerbroeken niet weg?

We horen allemaal soms tot de tweede soort. Bijvoorbeeld als we goed geslapen hebben en in een avontuurlijke bui zijn.

Maar meestal horen we bij de eerste soort. Onderzoekers van de Universiteit van Virginia lieten zien dat onze hersenen voorgeprogrammeerd zijn om oplossingen in de categorie ‘meer’ te verzinnen. Ze gaven proefpersonen opdrachten om Lego-bouwwerken te stabiliseren. Daarbij konden ze zelf kiezen of ze stenen wilden toevoegen, wegnemen of verplaatsen. Het onderzoek liet een verrassend sterke voorkeur voor ‘toevoegen’ zien. Zelfs als deelnemers geld moesten betalen om extra stenen te gebruiken, kozen ze daar liever voor dan voor oplossingen met mínder stenen.

Het brein volgt nogal dwingende paden. Als we naar oplossingen zoeken, passen we dezelfde regels toe die we altijd toepassen. En de regel ‘meer-is-beter’ blijkt een bijzonder krachtige. Je begint met het idee van een ‘testmaatschappij’. Voor je het weet zijn er vaccinatiepaspoorten, testbewijsapps, QR-codes, EU-regels en kleurcodes. Of we nu nieuwe producten ontwikkelen of een organisatievraagstuk aanpakken, we breiden liever uit dan dat we versimpelen.

Zeker voor overheidsorganisaties is ‘meer’ de brandstof waarop ze draaien. Beleidsideeën leiden tot regelsystemen. Die brengen handhavingsvraagstukken met zich mee en vervolgens handhavingsproblemen. Die worden weer opgelost met meer regels, meer controlemechanismen, meer handhavers en meer technologie. Al die instrumenten brengen vervolgens weer nieuwe problemen met zich mee die we oplossen met meer regels, instrumenten, enzovoort.

We zijn, kortom, diep vertrouwd met uitbreiden. Maar reduceren is vaak verstandiger. Want minder elementen betekent minder complexiteit. Bovendien blijkt uit studies dat beperkingen ons creatiever maken. Wie succesvol wil vernieuwen kan zich dus het beste bekwamen in verwijderen, weglaten en stoppen. Of doe het op zijn minst met wat er al is.

Hoe doe je dat? Om te beginnen: geloof dat het kan. Zet op een rijtje uit welke elementen jouw probleemwereld bestaat. Stel jezelf de vraag: is er een bestaand element dat jouw probleem kan oplossen? Voorbeeld: hoe voorkom je dat verf uitdroogt als je na gebruik een halfvol verfblik opbergt? Een beginnende klusser gaat op zoek naar kit, tape of plastic om te voorkomen dat er lucht door de kieren van het deksel komt. De ervaren klusser houdt het gesloten blik even op de kop. De verf loopt tussen de randen van het deksel, droogt daar op en voorkomt dat er lucht in het blik komt.

Ga vervolgens een stap verder. Vraag je af of je iets belangrijks kunt weglaten. Kunnen we dat op de een of andere manier oplossen? Kunnen andere onderdelen misschien een functie overnemen? Met zulke vragen kom je op verrassende ideeën. Stel je bent een meubelbedrijf en je wilt meer winst maken. In plaats van het marketingteam uit te breiden, vraag je waar je allemaal mee zou kunnen stoppen. Kunnen we de montageafdeling sluiten? Kunnen we ophouden met de bezorgdienst? Waarom schaffen we de winkels niet af? Zulke vragen klinken absurd. Maar op deze manier is IKEA een van de meest succesvolle bedrijven ooit geworden: luxe magazijnen waar klanten meubelpakketten ophalen die ze thuis zelf in elkaar zetten.

Onderzoek het maar eens in je eigen omgeving. Van welke vernieuwingen ben je de laatste tijd blij geworden? Grote kans dat ze een kenmerk van ‘minder’ hebben. Het enige wat je hoeft te doen om zelf zulke ideeën te bedenken, is je eigen brein een beetje ontregelen.

Een eerdere versie van dit blog is als column verschenen op de Leiderschapp.

Verhalen over handenwassende artsen, koffiedrinkende ambtenaren en gedragsverandering

Dit artikel verscheen eerder deze week op adformatie.nl onder de titel Wat de weigering van artsen om handen te wassen ons vertelt over gedragsverandering.

depositphotos_12802635-stock-photo-washing-hands-cleaning-hands-hygiene

We leven in onze eigen verhalen. Verhalen helpen te begrijpen wat er gebeurt en wat we moeten doen. Zo was er een man op Twitter die vertelde dat ambtenaren een vergoeding vragen omdat ze geld kwijt zijn aan koffie nu ze moeten thuiswerken. Beschadigend nepnieuws, gebaseerd op een oud verhaal over ambtenaren dat nog altijd plakt als secondelijm.

Krachtige verhalen houden de wereld logisch. Ze voorzien een onduidelijke en weerbarstige werkelijkheid van zin en betekenis. Een verhaal onthult en bedekt. Het zet de schijnwerper op een paar aspecten van de werkelijkheid en onttrekt andere aan het zicht.

Verhalen hangen op complexe wijze samen met ons gedrag. We zijn geneigd te zeggen dat theorieën over de werkelijkheid voorafgaan aan onze beslissingen. Volgens de beroemde organisatiepsycholoog Karl Weick is echter vaak het omgekeerde het geval. Al pratend en schrijvend, onder invloed van veel factoren, nemen we de hele tijd beslissingen met elkaar.

Dat doen we meestal zonder dat we daar uitgesproken theorieën of ideeën bij hebben. Pas nadat de beslissingen genomen zijn, voorzien we ze van zin en betekenis. Kijk bijvoorbeeld naar de geschiedenis van je eigen duurzaamheidsgedrag. Geholpen door de aanwezigheid van steeds meer voorzieningen, begon je steeds vaker je afval te scheiden. En na verloop van tijd begon je het ook écht belangrijk te vinden.

Malaria door slechte lucht

In 1844 raakte dokter Ignac Semmelweis gefascineerd door het hoge sterftecijfer op de kraamafdeling van zijn ziekenhuis in Wenen (bron: OVT). Als eerste ontdekte hij hoe deze ziektes konden worden voorkomen: artsen moesten hun handen wassen. Hoewel zijn cijfers boekdelen spraken, werden de bevindingen door artsen lange tijd verworpen. Dat had twee redenen. Allereerst kwam het idee van ziekteverspreiding door bacteriën niet voor in de medische theorieën. Het verhaal ontbrak simpelweg. Ziektes ontstonden door verontreinigde lucht, zo was het idee. Het woord malaria (slechte lucht) laat dat nog zien.

De tweede verklaring heeft te maken met wat Karl Weick noemt enacted sensemaking. We begrijpen de wereld niet (alleen) uit wat we weten, maar ook uit wat we doen. De artsen konden simpelweg het idee niet accepteren dat zij zelf ziekten veroorzaakten. Zij die er alles voor deden om levens te redden? Lang nadat Semmelweis op tragische wijze was overleden vonden zijn ideeën over handen wassen alsnog hun ingang.

Betekenis en gedrag

Samenvattend: ideeën leiden tot doen, maar doen leidt dus ook tot ideeën. Betekenissen en gedrag brengen elkaar in een en dezelfde beweging tot stand. Zo ontstaan verhalen die wat we doen als logisch en consistent voorstellen. Juist daarom moet je ze af en toe debunken. Bij anderen maar vooral bij jezelf. Maak ik een keuze omdat mijn verhaal nou echt zo logisch en waar is? Of vind ik mijn verhaal logisch omdat ik deze keuzes nou eenmaal heb gemaakt?

Dat is ook belangrijk voor wie zich bezighoudt met gedragsveranderingen rond de corona-epidemie. Het is begrijpelijk dat in de eerste fase van de communicatie over de epidemie concrete handelingsinstructies de boventoon voerden. Handenwassen, anderhalve meter afstand, niet naar feestjes gaan: gedragsverandering begint inderdaad bij doen!

Tegelijk zitten handen schudden en tegen-elkaar-opbotsen-in-supermarkten diep verankerd in ons gedragsrepertoire. Hoewel bijna iedereen het ermee eens is, verzet het hele lichaam zich als het ware tegen de gedachte dat zulke handelingen ineens niet logisch en legitiem meer zijn. Ze voelen net zo gewoon en ‘waar’ als dat ambtenaren veel koffie drinken.

Hulp bij acceptatie

Naast herhaling van nieuw gedrag blijft het daarom belangrijk elkaar te ondersteunen bij het ontwikkelen en adopteren van krachtige verhalen die passen bij het nieuwe gedrag. In de afgelopen weken waren daarbij vooral verhalen over ziekenhuizen en zorgmedewerkers onmisbaar. De nijpende situaties op IC-afdelingen, de vlogs van frontwerkers, de lijdensweg van de patiënten. Ze vertellen tastbaar en indringend een verhaal over wat jouw gedrag betekent voor anderen. Dat helpt om nieuw gedrag te accepteren dat voor jezelf nog niet automatisch voelt als zinvol, redelijk en nuttig.

Het verloop van deze crisis zit vol onzekerheden, maar ik zou onszelf aanmoedigen om de combinatie van ‘doen en zin’ nog lang vol te houden.

 

 

Onkwetsbaarheidsillusies

bootcampMensen voelen zich graag onkwetsbaar. Dat is lastig als je wilt dat iedereen regels voor sociale afstand en hygiëne in acht neemt. Het kan helpen om de kwetsbaarheid van anderen meer aandacht te geven.

Net als historicus Rutger Bregman geloof ik dat de meeste mensen deugen. Je hoeft trouwens maar om je heen te kijken om te zien dat dat zo is. We staan te trappelen om eenzame ouderen te voorzien van boodschappen. We bedenken acties om noodlijdende eenpitters te ondersteunen. We klappen gepassioneerd voor zorgmedewerkers.

We deugen, maar we zijn ook weer geen heiligen. Niet voor anderen en niet voor onszelf. Zo blijkt uit onderzoek en nieuwsberichten dat we ons slecht houden aan de gedragsregels rond corona. Handen wassen doen we matig. In supermarkten negeren we volop de regel van anderhalve meter afstand. Het Vondelpark stroomt vol met bootcamps en yogagroepen, jongeren knuffelen en schudden elkaars handen.

Het is vanuit de psychologie wel te begrijpen. De meeste mensen lijden in meer of mindere mate aan een onkwetsbaarheidsillusie. Bij veel risico’s schatten we in dat anderen moeten uitkijken, maar dat het met onszelf wel los loopt. Het is tot nu toe immers altijd goed gegaan.

Het heeft veel voordelen om je niet de hele tijd kwetsbaar te voelen. Het leven vraagt om durf en onbekommerdheid. Anders kom je nergens toe. Overtuigingen van onkwetsbaarheid kunnen bovendien helpen om gedrag te legitimeren dat ik eigenlijk niet wil veranderen. Als ik mezelf voorhoud dat ik onkwetsbaar ben voor het virus – bijvoorbeeld omdat ik vind dat ik mijn handen goed was – dan kan ik gaan en staan waar ik wil. Ik kan ten slotte anderen niet besmetten en ik weet wat ik moet doen om zelf niet besmet te raken.

Of bij zulke overtuigingen een zekere mate van zelfbedrog komt kijken is makkelijk te onderzoeken met een gedachtenexperiment. Stel je bijvoorbeeld voor dat niet het coronavirus maar een nieuwe, voor iedereen dodelijke variant van het aidsvirus rondwaarde, en dat het op precies dezelfde manier besmettelijk was als corona. Zou je even makkelijk de supermarkt binnenwandelen? Zou je met dezelfde voorzorgsmaatregelen genoegen nemen?

Inzichten over onkwetsbaarheidsillusies kunnen helpen om naleving van gedragsregels te bevorderen. Als we voor onszelf geen probleem zien, kan het extra belangrijk zijn dat we de situatie van anderen voor ons zien.

Het goede nieuws is dat mensen inderdaad altruïstisch willen zijn. In sommige situaties doen we dingen die ‘moeten’ eerder voor anderen dan voor onszelf. In het toilet van een ziekenhuis werden bordjes opgehangen met de tekst: “Handhygiëne voorkomt dat je ziektes krijgt.” Het had geen effect op de frequentie van handenwassen en het zeepgebruik. Op andere plekken werden iets andere teksten opgehangen: “Handhygiëne voorkomt dat patiënten ziektes krijgen.” In deze ruimtes gingen artsen en verplegers vaker handen wassen en nam het zeepgebruik met 45 procent toe.” Ook bij andere dan medische doelgroepen zijn positieve effecten gemeten van altruistische boodschappen.

Wat betekent dit voor wie gedragsregels rond corona onder de aandacht wil brengen? Allereerst kan de ernst van het coronavirus op sommige momenten saillanter worden gemaakt. Voor velen is corona een onzichtbare vijand over wie iedereen praat, maar die buiten de eigen ervaringswereld huishoudt. Concrete verhalen en beelden kunnen gevoelens van urgentie en altruïsme stimuleren. Daarnaast kunnen we in communicatie over het coronavirus vaker taal gebruiken die aan altruïstische motieven appelleert. In plaats van ‘tips om verspreiding tegen te gaan’ kun je het hebben over ‘tips om elkaar te beschermen’. Vraag collega’s, buurtbewoners en gezinsleden wat ze nog meer kunnen doen om elkaar veilig te houden.

Want altruïsme in tijden van virussen begint met hygiëne. Pas daarna kunnen we ons te buiten gaan aan boodschappen en applaus.

 

Met dank aan Rick Nijkamp voor de tip over het handenwassen-onderzoek.

Overtuigen? Zoek een schaduwdoelwit

lubach

Zondag met Lubach is weer begonnen. Dat is goed nieuws voor liefhebbers van retorische technieken.

Afgelopen zondag was het meteen raak. Vooral het item over blokkerende actievoerders was rijk aan lessen in handig overtuigen.

Eén techniek wil ik hier bespreken. Ik weet niet of er een naam voor is, maar voorlopig noem ik hem de schaduwtechniek. Je mikt niet op de roos, maar op een doelwit dat erop lijkt. Lees verder

Ideeën zijn bacteriën

spuit-300x227

Plotseling is er in 2018 een ware run op vaccinaties tegen meningokokken, een bacterie die hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Ouders eisen dat artsen hun kinderen inenten.

Opmerkelijk nieuws in een tijd waarin antivaccineerders en kritische vaccineerders aan invloed winnen. Hoe wordt een idee ineens zo krachtig dat veel mensen tot actie overgaan?

Lees verder

Idiote meningen, hoe bestrijd je ze?

anti_vaccine_movement-e1364807097734

Hoe bestrijd je dwaze meningen? Die vraag lijkt politici en beleidsmakers steeds vaker tot wanhoop te drijven. Bezorgde wetenschappers rapporteerden deze week dat het aantal besmettingen met mazelen in Europa snel toeneemt. In Nederland neemt ondertussen de vaccinatiegraad gestaag af onder invloed van anti-vaccineerders met hun bonte theorieën. Minstens even veel verwondering wekken de aanhangers van Donald Trump, die na de zoveelste flagrante leugen nóg sterker in hun held geloven. Of neem de klimaatontkenners die ervan overtuigd zijn dat de zogenaamde opwarming van de aarde een internationale samenzwering is. Lees verder

De kernboodschap en andere illusies

20171008_111707

Onder de werktitel ‘De kernboodschap en andere illusies’ ben ik bezig met een boekje voor communicatieprofessionals die willen dwarsdenken en verdieping zoeken. Ik publiceer als opmaat een serie artikelen in magazine Communicatie. Zaterdag verscheen de eerste aflevering over waarom overheid en burger elkaar niet begrijpen. Aflevering 2 zal gaan over (echte, ingebeelde en zelfgenererende) tegenstellingen.

De drie kabels van de rede

amsterdam-airport-detailOp 22 juni mocht ik het congres Slim beïnvloeden van gedrag voor beter beleid afsluiten met een gesproken column. Het congres werd georganiseerd door de drie rijksacademies: de Academie voor Wetgeving, de rijksacademie voor Financiën en Economie en de Academie voor Overheidscommunicatie. Ik stelde vast dat de academies samen de drie klassieke stuurinstrumenten van de rede vertegenwoordigen: beloningen, regels en argumenten. Oftewel: geld, gebod en gelijk. Helaas doorkruist een somber nieuw mensbeeld de drie-eenheid. Hieronder lees je de hele column. Lees verder

Waarom zij gek zijn, en jij zo slim bent

schreeuwen

Het debat ging nog nooit zo vaak over het debat zelf. De aandacht voor media en communicatie is ongekend. Er zijn twee focuspunten:

  1. Praten over wie wanneer welk nieuws op welke manier brengt. Daar gaat het vaker over dan over het nieuws zelf. Vandaag nog ging het in het nieuws over de manier waarop de NOS de campagnestart van Wilders in beeld had gebracht, hoe Rick Niemann Wilders zelf in beeld had gebracht en over hoe RTL de broer van Wilders in beeld had gebracht.
  2. Praten over tegenstellingen. De samenleving is doortrokken van gapende kloven. We zijn tot in onze vezels verdeeld. De hel, dat is de ander met zijn abjecte meningen.

Op Frankwatching vroeg ik me als communicatieadviseur af waarom het waardevol is om af en toe over je eigen gelijk heen te stappen.