U bevindt zich niet hier

Ergens in de buurt van Almere, bij een wegomlegging, kon je afgelopen zomer dit bord tegenkomen:

u bevindt zich niet hier

Op het eerste gezicht lijkt het bord een alledaagse uiting van de overheid in een publieke ruimte. Kijk alleen maar naar het woordgebruik (‘U bevindt zich’). Overheidsborden spreken nog altijd de taal van treinconducteurs en politieagenten.

Schijn bedriegt. Wie de woorden op zich in laat werken, voelt de bodem onder zich trillen. Wie wordt hier aangesproken? Wat is ‘hier? En waarom moet ik dit weten? Hier is een overheid aan het woord die anders tot ons spreekt dan anders.

Wat zegt het bord? Verwijst ‘hier’ naar de overheid zelf, als een plek waar ‘u’ niet bent – waar u misschien nooit zult komen? Erg welkom voelt dat niet. Is dat nu niet precies het probleem met die overheid – dat zij ons burgers niet in haar wereld toelaat? Maar het bord zegt niet: ‘u mag hier niet komen’. De mededeling lijkt eerder een fact of life: u bént hier niet. Wat als de overheid altijd een plaats is waar je niet bent: misschien een plaats van de verbeelding, een niet-plaats, tot over de imaginaire rand gevuld met onze beelden, gevoelens en opvattingen?

We kunnen nog meer zekerheden op het spel zetten. Zit eigenlijk niet onder alle woorden dezelfde waarschuwing verstopt: ‘u bent niet hier’? U bent niet waar deze woorden zijn ontsprongen. Misschien is daar niemand. Zijn tekens niet permanent op reis – vanaf een onbekende plaats op zoek naar andere tekens om zich mee te verbinden? Bijvoorbeeld aan die raadselachtige regel uit het gedicht At the wellhead van Seamus Heaney, waar ik aan moest denken toen ik het bord zag:

Sing yourself to where the singing comes from

Wie een bron zoekt, zal een omgekeerde reis moeten afleggen. Wat je daar aantreft, blijft onzeker. Het gele bord waarschuwt voor een afstand die iets blijvends lijkt te hebben. U bevindt zich niet hier. Niemand bevindt zich hier.

 

Met dank aan Theo voor de foto

 

‘Liegen mag niet’. Hoe je praat en vooral zwijgt over waarden

 

op weg naar een tevreden klantIn veel organisaties wordt druk gepraat over waarden. Over kernwaarden, merkwaarden, klantwaarden, reputatiewaarden, noem maar op. Wat vinden klanten het aller-allerbelangrijkst? Wat zijn we ten diepste voor een organisatie? En wat vertellen we erover?

Als je op de communicatieafdeling werkt, praat je er af en toe met bestuurders over. Een aanname die in zulke gesprekken snel naar voren komt, is dat de belangrijkste waarden vaak en duidelijk benoemd moeten worden.

Daarom is de waardendruk zo hoog. Alle notities beginnen met een brave verwijzing naar noeste kernwaarden. De bedrijfsslogan roffelt ze rijmend rond. Het intranet staat er vol mee.

Maar de dichter Lucebert waarschuwde er al voor: ‘alles van waarde is weerloos’. Je kunt waarden beschadigen als je ze te vaak aanraakt. Ik gebruik soms het onderstaande schema om het gesprek langs een paar misverstanden te loodsen. Lees verder

Tip voor communicatiemensen (en gewone mensen): doe maar gewoon!

SAM_6722Het plezier van het communicatievak is het plezier van de vorm. Communiceren is moeilijk omdat de kleinste details een wereld van verschil uitmaken. Doe eens iemand een verzoek en houd daarbij je hoofd heel licht naar achteren. Dat is een heel ander verzoek dan wanneer je twee centimeter voorover buigt.

Ik wil het plezier van de vorm hier delen door een oervorm van communicatie te bespreken: bordjes in openbare ruimten. Het pleidooi aan het slot is simpel: houd het vooral gewoon. Lees verder

Doelredenering

imagesCA6CHE0FMisschien is elke redenering een doelredenering. Onbewust of halfbewust redeneer je jezelf handig slalommend naar een conclusie die je al lang begeerde.

Toch zijn doelredeneringen onprettig. Als toehoorder wil je, al is het maar héél even, geloven dat de spreker onderweg naar zijn conclusie ook een andere afslag had kunnen nemen. Dat gevoel heb je bijvoorbeeld geen moment bij dit commentaar in de Telegraaf van vandaag.

 

 

Ben jij een valsspeler? (of speel je alleen maar vals?)

cheatebioticsBen je een visser of ga je regelmatig vissen? Dat is een heel verschil. In het tweede geval hebben we iets gezegd over je bezigheden. In het eerste geval is niets minder dan je identiteit onthuld. Jij bent een Visser. Zelf doe ik wel eens een klus in huis, maar ik zou mezelf geen klusser noemen. (Mijn vrouw zou in lachen uitbarsten)

Je voelt het verschil onmiddellijk. Het contrast wordt nog scherper als we pittigere woorden dan vissen of klussen gebruiken. Zoals liegen bijvoorbeeld. Misschien geef je toe dat je wel eens een leugentje hebt verteld (je kon niet anders). Maar je zult woedend worden als iemand je daarom een leugenaar noemt. Niet voor niets voeden veel ouders hun kinderen op met de les dat doen iets anders is dan zijn. Fransje dóet stout, maar hij ís niet stout. Lees verder

In de ernst ging het mis met het koningslied

oranje willempieHet koningslied moet blijven. Dat is de uitkomst van bijna een week vol discussie, satire en haatberichten. Ineens bleken we een volk van taalrechters en poëziekenners. We vermaakten ons over gemankeerde taalconstructies als ‘ik houd je veilig’ en we spraken onze afschuw uit over ‘de haven in de duisternis’. Uit de kritiek op het lied sprak een grote eensgezindheid. Lees verder

Kom niet naar Haren

Mensen, er is geen feest! Met toenemende vertwijfeling klonk de boodschap uit de monden van politiemensen en burgemeester in de aanloop naar 21 september. Onderzoek moet nog uitwijzen of zulke woorden olie op het vuur zijn geweest. Het valt niet uit te sluiten.

Het is een bekend verschijnsel bij communicatieprojecten. Er is een overduidelijk besef van het gewenste resultaat. In dit geval: laat de horde in hemelsnaam uit Haren wegblijven.

Het doel van de communicatie is echter heel wat anders dan een gewenst resultaat. Dat laatste gaat over de hunkering naar een gedroomde uitkomst. Het doel is de verandering die jij wilt realiseren om dit resultaat te bewerkstelligen. Lees verder

Kahneman en het Rijksmuseum

Op  21 augustus was het nieuws daar: het Rijksmuseum was af. Het gebouw dat hele generaties nooit van binnen zagen, was op een haar na voltooid. Het NOS-journaal, dat het al wekenlang moest doen met een brand in een winkelcentrum of de arrestatie van een wildplasser, pakte flink uit met het nieuws. We zagen hoe een vliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog in fragmenten naar binnen werd gebracht.

Ik begon te rekenen. Dat inhuizen van al die spullen zou nog aardig wat tijd in beslag nemen. In een paar dagen doe je niets. Het zou me niets verbazen, besloot ik, als je er drie weken voor nodig hebt.

Maar wacht even, corrigeerde ik mezelf. Dit is het Rijksmuseum. Als je denkt het zal wel lang duren… dan duurt het toch nog langer. En veel langer. Kom, dacht ik bij mezelf, laat ik mijn schatting bijstellen naar drie maanden. In die voorspelling kon het museum eind november de deuren openen. Lees verder

Op de hand naaien

“Je moet die cape op de hand naaien”, sprak een vrouw in de tram vanavond. Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar zo’n uitspraak blijft bij mij urenlang spoken. Misschien herinner ik me het zinnetje over tien jaar nog. Waarom? Geen idee. De meest belangwekkende, persoonlijke, ontroerende uitspraken ben ik soms al na een uur vergeten. Maar de op de hand genaaide cape blijft altijd hangen.

Is het misschien de bijzondere formulering die plakt? De cape wordt niet ‘met de hand’ genaaid, maar ‘op de hand’. Dat is een groot verschil. Onverwachte voorzetsels beschikken over plakkracht. Niemand had het zich herinnerd als Pim Fortuyn zijn toespraak had beëindigd met “Ik heb er zin in.”  Maar doordat hij ‘in’ veranderde in ‘an’ werd de zin onuitwisbaar. Heeft iemand meer voorbeelden van zelfklevende voorzetsels?

Tot slot, om te onderstrepen dat ik me met het meedragen van straatcitaten in goed gezelschap bevind, een fragment van Gerard Reve (met een knipoog naar @willemparel):

“Trouwens, alsof het niet juist de kleine, zo vaak onopgemerkt blijvende en te weinig gewaardeerde dingen in het leven zijn, die dit zijn inhoud geven! Alsof ik het zelf helpen kan, dat ik de herinnering, onuitwisbaar, van bijna negen en twintig jaar geleden met mij meedraag, toen een vrouw, op een woensdagmiddag in oktober, in de portiek van Ploegstraat 109, 111, of 113 -ik vertrouw dat de lezer mij terzake van het exacte huisnummer niet zal bemoeilijken, want men kan toch bezwaarlijk eisen dat ik het in dit weer, met mijn zieke lichaam, ga verifiëren -bij een herfstige, droge atmosfeer en een lauwe, onstuimige wind (opnieuw het ‘weer van alle mensen’), tegen een andere vrouw opmerkte: ‘Veel groente en weinig aardappelen, dat eet voor een man niet zo lekker.'”

Gerard Kornelis van het Reve in Op Weg Naar het Einde

 

Kopen of niet kopen

Kopen of niet kopen. Dat is niet de vraag. De kunst is te zorgen dat het, linksom of rechtsom, altijd kopen wordt. Dat is ook bij de marketing van politieke ideeën een relevante les. Maar hoe hou je alle opties open, zonder inconsistent te worden. Geert Wilders is er een meester in.

In het vorige blog wekten we de indruk dat je als verkoper je klant schaakmat moet zetten om deze tot een transactie te bewegen. Presenteer twee keuzes, waarvan er één volkomen strijdig is met alles waar je klant voor staat, en je bent spekkoper.

Zo eenvoudig zit de wereld bij nader inzien niet in elkaar. Want ook een verkoper heeft er niet altijd baat bij mensen voor het blok te zetten. Er zitten grote nadelen aan een ‘ja’ afdwingen. Ook daar hebben psychologen weer een term voor: reactance. Het gevoel dat je geen echte keus hebt, kan weerstand en boosheid oproepen. In heel wat gevallen zal het na een innerlijke strijd van de potentiële klant of donateur toch ‘nee’ worden. Maar dan wel definitief en met een slecht gevoel. Lees verder