Woordgebaren

Woorden hebben een dubbelslachtige reputatie. Enerzijds gaat alles over woorden. We doen ons werk door te praten, overleggen, rapporteren, notuleren, noem maar op. Anderzijds staan woorden voortdurend in de schaduw van daden. “Geen woorden maar daden” luidt het moedige strijdlied. Wie indruk wil maken op zijn of haar baas, noemt zichzelf een doener, een aanpakker. Geen loze woorden, dikke nota’s of mooipraterij – het gaat om de actie. Het woord is het bedlegerige broertje van de daad.

Tegelijk valt er veel op de tegenstelling af te dingen. Je kunt immers zeggen dat iemands daden voor zich spreken. Je kunt het ‘zeggen met bloemen’ en iemands gedrag kan boekdelen spreken. Omgekeerd ‘doen’ woorden altijd iets. Als ik zeg: ‘Het tocht’, dan praat ik niet zomaar wat voor me uit, maar doe ik een (verdekte) oproep aan anderen:’Doe dat raam dicht’. Niet voor niets heet het beroemde essay van John Austin, de grondlegger van de taalhandelingstheorie, “How to do things with words”

Ondertussen heb ik heel wat woorden vuil gemaakt, maar is er nog vrijwel niets gebeurd. Zeker wie een hekel heeft aan doelloos gepraat, verdient nu op zijn minst een kleine hint omtrent de praktische relevantie van zulke woorddribbels. We zouden het immers hebben over organisaties, over het communicatievak, over taal en wat we daarmee kunnen doen… Lees verder

Verander je taal en je organisatie

Ooit werkte ik bij een organisatie die was ingedeeld in sectoren en afdelingen. Zowel de afdelingen als de sectoren hadden namen die uit twee elementen bestonden. Zeg maar namen als: ‘Methoden en onderzoek’, ‘Ramen en deuren’, ‘Ham en kaas’. De namen drukten zowel inclusiviteit als nuance uit: we staan niet alleen voor dit ene opgesteld, dat andere behoort ook tot onze taken. We richten ons weliswaar op de ontwikkeling , maar verliezen daarbij het beheer niet uit het oog. Zelden of nooit verscheen er een derde loot aan de stam of besloot men het bij één schone taak te houden. Lees verder